ADRIAAN & ANDEREN

Kruisbestuivingen en wederzijdse inspiratie

Zijn leven lang ontmoet Adriaan Valk steeds de juiste mensen op het juiste moment. Dat begint al in zijn kindertijd, als hij –op veilige afstand van de school- zielsgelukkig aan de waterkant zit te mijmeren. Daar ontmoet hij kunstenaar Jaap Stellaart, die de kleine ‘Adri’ precies datgene vertelt wat hij nodig heeft. Wanneer de 16-jarige Adriaan in de fabriek achter de lopende band staat, wanhopig over de schijnbare zinloosheid van zijn bestaan, ziet hij buiten op straat een meneer lopen met een bastuba. Plotseling beseft hij zijn diepste wens: muziek! Hij rent achter de man aan en belandt bij Harmonie Apollo te Zaandijk, waar hij een oude, gammele altsaxofoon krijgt aangereikt. Al snel herkent de kapelmeester zijn bijzondere toon en laat hem soleren.

De rest is geschiedenis. Adriaan inspireert anderen en anderen inspireren hem.

Het Iona Saxofoonkwartet werd in 1991 opgericht en bestond uit Vincent Bergervoet (sopraansaxofoon), Annelies Hendriks (altsaxofoon), Esther van den Berg (tenorsaxofoon) en Johan Kloosterhuis (baritonsaxofoon). Hun doel was een versmelting van spiritualiteit en muzikaal-technische beheersing. Iona bediende zich daartoe van muziek en gedachtegoed van Adriaan Valk. De mythologie en mineralen van het eiland Iona én de nauwe band met het kwartet Iona inspireerden hem tot karakteristieke composities. Een voorbeeld is de ‘Mineralencyclus’ voor saxofoonkwartet, die hij omschreef als ‘een poging om de individualiteiten van deze ‘langzaam levende’ stenen in klanken te vangen’. De muziek is soms meditatief, dan weer zeer ritmisch. Voor een extra dimensie zorgden de Senegalese marterdrummers Pape Seck en Mousse M’Baye, met wie Iona regelmatig samenwerkte.

 

 

De eerste acteur met wie Adriaan Valk samenwerkt, is Henk van Ulsen (1927-2009). Ze ontmoetten elkaar in 1975, doordat ze beiden te gast zijn in het programma ‘Onder de bomen op het plein’ van Wim Ibo. Adriaan: ‘Na het optreden werd ik op een of andere manier naar Henk toegetrokken. Ik zei voorzichtig: Wij tweeën moesten eigenlijk eens samenwerken…’ Henk keek op en zei alleen maar: ‘Dat wordt wel hoog tijd, vind je niet?’

‘Eervolle invitatie voor 23-jarige Koger’, kopt een regionaal dagblad. Conservatoriumstudent Adriaan Valk mag tenorsaxofoon spelen met het Koninklijk Concertgebouworkest. Want de veelbelovende gastdirigent Edo de Waart (24) heeft zelf gezegd dat hij Adriaan erbij wil hebben. Let wel, het gaat hier om een happening van internationale allure: het Holland Festival 1967. En om Aeschylus’ tragedie ‘Prometheus’, voor deze gelegenheid van muziek voorzien door Jan van Vlijmen. Erik Vos doet de regie. Grote acteursnamen prijken op het affiche: Albert van Dalsum, André van den Heuvel, Margreet Blanken…

Maar dat is nog niet alles. Een paar maanden later werkt Adriaan ook mee aan ‘Lulu’ van Alban Berg, een productie van De Nederlandse Operastichting. Wederom met het Concertgebouworkest. 1967 is een jaar van grote betekenis voor ‘Adri’, het eenzame provinciaaltje dat als 16-jarige schuchter zijn aller eerste tonen blies – op een stokoude saxofoon van Harmonie Apollo te Zaandijk.

In 1994 werkten Adriaan Valk en ‘zijn’ Iona Kwartet samen met regisseur/theatermaker Dea Koert, in de productie ‘A Hairy Locomotion’. De titel ontleende Koert aan een schilderij van de Spaans/Mexicaanse surrealistische Remedios Varo (1908-1963). De performance zou een drieluik worden over Varo’s leven en werk. Dea Koert wist meteen dat ze Adriaan Valk erbij wilde hebben: ‘Ik had hem op Schokland aan het werk gezien met Henk van Ulsen. En ik was diep onder de indruk van die lange lijnen en de ruimte in zijn muziek.’ ‘A Hairy Locomotion’ werd toegesneden op één bepaalde locatie: de Broerenkerk (een 15e eeuwse hallenkerk) in Zwolle. De saxofonisten van het Iona Kwartet kregen hun eigen personages toebedeeld. Valk zijn muziek leent zich perfect voor theater en film, vindt Dea Koert. ‘Voor mij is Adriaan echt een conceptueel kunstenaar. Zijn muziek had een stuwende kracht bij het ontstaan van de voorstelling. Kijk, als theatermaker neem je meestal het verhaal als uitgangspunt, met muziek en decor als onderstreping. Maar bij ‘A Hairy Locomotion’ werkte het ook andersom: soms bleek de muziek bepalend voor de verhaallijn en het beeld.’

In 2009 maakte filmregisseur Annegriet Wietsema haar documentaire ‘Panta Rhei, het sterven van een gebouw’. De Rijksmonumentendienst had haar opdracht gegeven voor een reportage over de geschiedenis én de sloop van het voormalig Koloniaal Etablissement in Amsterdam.

Voor de muziek putte Wietsema gretig uit het oeuvre van Adriaan Valk. ‘Toen ik alle beeldmateriaal had, dacht ik: deze film wil ik nu eens helemaal monteren op muziek. Ik kende vijf cd’s van Adriaan en wist: die muziek hóórt hier gewoon bij!’

‘Voor het monteren van de film ‘Panta Rei’ heb ik gretig geput uit het oeuvre van Valk. Wat ik zo bijzonder vond is dat Adriaan direct openstond op mijn vraag te mogen knippen en rangschikken. ‘Ga je gang, maak er wat moois van!’ Zoveel vrijheid krijg je maar zelden, veel kunstenaars stellen juist als voorwaarde dat hun werk helemaal intact blijft.

Filmregisseur en televisiemaker Camille P. Verbunt heeft meermalen met Adriaan Valk samengewerkt. In 2007 zette hij fragmenten uit Adriaans ‘Aquamarijnkwartet’ onder zijn korte film over de Van Nellefabriek, een opdracht van de gemeente Rotterdam. In 2001 maakte hij al ‘De Weg naar de Hemel’; een tv-documentaire van de AVRO, met kunsthistoricus Henk van Os. ‘Adriaan heeft daarvoor de muziek geschreven. In eerste instantie dacht ik: ‘wat een vreemde man’. Dat ‘vreemd’ werd ‘fascinerend’, en wat mij fascineerde leerde ik begrijpen.

‘Adriaans muziek is als de componist zelf: niet altijd even gemakkelijk te doorgronden. Maar wie de tijd neemt om te luisteren, ontdekt een hele gelaagde en uitdagende klankwereld. Adriaans muziek roept bij mij enerzijds abstracte beelden op. En toch laat ze zich anderzijds heel goed met bestaande beelden combineren.’

In 1977 breekt Adriaan Valk nationaal door, dankzij een radiointerview met VPRO-presentator Han Reiziger. Daar speelt hij de Kleine Suite van Géza Frid (1904-1989), samen met Henk van Ulsen (declamatie) en Marina Horak (piano). Frid was Hongaar van geboorte en had in Boedapest nog bij Béla Bartók zelf gestudeerd. Zijn Kleine Suite scheef hij speciaal voor Adriaan, in de bezetting van altsax, piano en stem. Géza Frid wordt degene die Adriaan het beslissende duwtje geeft naar een carrière als componist.

Het kind Adriaan krijgt een spartaanse, dogmatische opvoeding binnen een communistische arbeidersgezin. Maar als hij zes jaar oud is, openbaart zich zijn non-conformisme. Na enkele dagen lagere school besluit hij het onderwijssysteem voortaan zoveel mogelijk te ontlopen. Liever luistert hij naar de levenslessen van excentrieke buurtbewoner: kunstschilder Jaap Stellaart (1920-1992). Stellaart leest het spijbelende jongetje Krishnamurti voor. Hij geeft Adriaan de raad die hem levenslang bijblijft: ‘Jochie, jij bent een vrije ziel. Denk erom dat je later niets probeert te wórden! Je kunt niets worden, je bént er al.’

Cees Valk (1938) is niet alleen Adriaans biologische broer, maar tevens kunstbroeder: ‘Adriaan maakt muziek en ik maak schilderijen. Omdat we niet anders kunnen.’ De schilder en de componist wisselen regelmatig van gedachten over het kunstvak. ‘Ik vind Adriaan geniaal. Maar muziek is ook zo heerlijk abstract. Klank gaat verder dan woorden en ook verder dan verf. Als ik toch ooit nog eens een schilderij zou kunnen maken dat net zo mooi is als muziek…’

Twee ‘zoekers’ – die term achten beide broers wel op zich van toepassing. Cees Valk: ‘Dat is het woord. Terug naar jezelf. Dat hebben we beiden heel erg. Op het moment dat je denkt ons in een vakje te kunnen plaatsen, springen we naar wat anders. Dat zit in ons.’

In 1999 werkten de Senegalese percussionisten Pape Seck en Mousse Pathé M’Baye mee aan het interculturele project ‘Experience’. De gelijknamige cd werd een collage van improvisaties en meditaties; een synthese ook van West-Europese klassieke muziek en Afrikaanse oerritmen. Pape Seck omschrijft zijn herinneringen poëtisch: ‘Voor mij was ‘Experience’ alsof we kinderen waren, spelend in het bos. Als een ontdekkingsreis waarbij elk geluid gevoelens van spanning oproept. Adriaan nam ons mee naar een nieuwe wereld, naar een andere planeet met en eigen natuur, vol vreemde dieren en vogels… Wij voelden ons als in een droom.’

Een aparte ervaring was het ontbreken van een vast ritme. ‘Wij Afrikanen zijn gewend aan continu één bepaald ritme. Nu kregen we opeens de vrijheid van datgene wat je denkt, impulsief spelen. Daar heb ik veel van geleerd.’

‘Adriaan en ik konden elkaar vinden in de muziek. Hij heeft veel verhalen nodig om uit te leggen wat hij wil. Zo ben ik niet. Maar hij stimuleerde mij om te antwoorden via mijn muziek.’

‘De uitvoering en opnamen voor de CD ‘Experience’, voelde voor mij als het spelen van kinderen in een onbekende natuur, een bos met vreemde dieren en vogels. Het was vernieuwend en uitdagend, een ontdekkingsreis. Kijk, wij Afrikanen zijn gewend aan een continu, bepaald ritme. Nu kregen we de vrijheid van: datgene dat je denkt, impulsief spelen. Er ontstond een nieuw soort muziek: Afro-klassiek.’

WAT ANDEREN ZEGGEN OVER ADRIAAN

'Adriaan en ik waren al jaren fan van elkaars werk. Hij componeert niet alleen heel spiritueel en emotioneel, maar ook uitermate dansbaar; iets wat je niet van alle muziek kunt zeggen. Zodra ik muziek van Adriaan hoor, krijg ik meteen beweging op mijn netvlies.'

Nils Christe, choreograaf

Danste in 1996 Christes’s solo ‘Angle of Attack’, op muziek van Adriaan. Inmiddels is ze zelf ook choreograaf: ‘Nu pas realiseer ik me dat deze muziek zo bruikbaar is door de transparantie en een sterk repetitieve factor. Adriaan Valk creëert een aparte wereld. Maar tegelijk biedt hij de choreograaf alle ruimte om daarboven een eigen taal te spreken.’

Neel Verdoorn, ballerina en choreograaf

‘De muziek van Adriaan voegt zich heel makkelijk onder film. Met name het ritme is heel prettig om op te monteren.

Bernadette Geels, filmmaakster